Margaux Tjoeng Journalist – Oceaan correspondent

Margaux Tjoeng
Kweekzalm met een keurmerk, is dat een goed idee? – One World

Kweekzalm met een keurmerk, is dat een goed idee? – OneWorld Sep 2016

shutterstock_135839117

Zeecorrespondent Margaux Tjoeng koopt liever geen vis zonder namen en rugnummers. Liever een pakje kweekzalm uit de supermarkt, met een keurmerk. Is dat eigenlijk een goed idee? – Achtergrond

“Vissie voor mevrouwtje?” De visboer wijst op een grijzige dikkerd die me met open bek aanstaart. “Ik zou voor deze gaan, hoor”, zegt hij over zijn verse zeeduivel. Ik stamel of hij ook iets van kweekvis heeft. “Dat is toch beter?” Een visje uitzoeken bij de visboer vind ik een ingewikkeld proces. Ik ben overgeleverd aan de behulpzame visboer die ik dan maar op zijn blauwe ogen moet vertrouwen. En als de visboer geen zin heeft in lastige vragen, druip ik af naar de supermarkt en haal daar een pakje kweekzalm met een ASCkeurmerk.

Van konijn tot zwijn 

We eten steeds meer vis afkomstig uit de kweekvijver, door profi’s ‘aquacultuur’ genoemd. Ongeveer de helft van de vis die we in Nederland eten, is niet wild, meldt de Nederlandse Vereniging van Viskwekers. De wetenschap gelooft dat kweekvis de toekomst heeft. Omdat de vraag naar vis groeit en er te weinig in het wild zwemt, vertelt Johan Verreth me, professor Aquacultuur en Visserij aan de Wageningen Universiteit. Een geruststellend idee: ik lekkere zeeduivel, de zee een gezond ecosysteem. Maar hoe duurzaam is zo’n visje eigenlijk?

Het lastige bij kweekvis is dat elke soort een totaal andere ecologische vinafdruk heeft dan de andere. “Er worden zo’n 600 soorten gekweekt, en die verschillen meer van elkaar dan een konijn en een zwijn”, zegt Verreth. De duurzaamheid van de kweeksoort hangt af van de temperatuur waarin de vissen gedijen, of milieuvervuiling binnen de perken blijft, en heel belangrijk: welk voer de vis nodig heeft.

Visetende vis

Het belangrijkste duurzame struikelblok in de aquacultuur is visvoer. Om bijvoorbeeld zalm te kweken, moet nog altijd wilde vis zoals sardines en ansjovis, in de vorm van vismeel aan het visvoer worden toegevoegd. Niet iedere kweekvis is carnivoor, maar de in Nederland meest populaire, visetende, zalm voert de druk behoorlijk op om nieuwe eiwitbronnen voor vismeel te vinden. Zalmboeren in Scandinavië en Schotland kwamen uit bij soja, een plantaardig eiwit. “Soja heeft een aminozuurpatroon dat zeer geschikt is en bevat bovendien een hoge concentratie eiwitten”, aldus Verreth. “In zalmvoer zit nog maar 15 procent vismeel. Dat was 35 tot 40 procent.” Dat betekent dat met steeds minder wilde vis, nog altijd hetzelfde aantal zalmen geweekt kan worden.

“Omdat soja goed voorhanden is, wordt vismeel nu vooral door sojameel vervangen, maar niet uitsluitend.” Andere vissoorten zoals zeebrasem krijgen bijvoorbeeld vismeel gemaakt van vogelveren. De doorbraak met soja in zalmkweek mag dan indrukwekkend zijn, we zullen toch op zoek moeten naar andere oplossingen. Want oerwouden in Peru en Brazilië moeten wijken voor soja. Het in Utrecht gevestigde investerings – fonds voor duurzame innovatie Aqua Spark steekt daarom ruim 6,5 miljoen euro in microbenkweek, oftewel: algen. Calysta, een startup uit Silicon Valley, opent van dat geld in september haar eerste microbenfabriek in Engeland. Mike Velings, CEO bij AquaSpark, ziet toekomst in de tilapiakweek: “De algen worden door de tilapia beter verteerd dan soja door zalm, waardoor tegelijkertijd minder afval in het water terechtkomt.”


Herken de foute vis

  1. Paling is een bedreigde diersoort. Zelfs met het
    logo van het ‘Duurzaam Paling Fonds’ kun je ’m
    niet eten.
  2. Roze garnalen zonder
    keurmerk.
    Deze komen uit de
    Indische Oceaan, en de vangsthoeveelheden
    en methoden kunnen niet
    gecontroleerd worden.
  3. Zeeduivel, zeewolf, haai
    en rog
    zijn overbevist en herstel
    is moeizaam omdat ze zich langzaam
    voortplanten.
  4. Er is duurzame en nietduurzame
    tonijn.
    Volg het
    MSC-keurmerk of kies voor handlijn
    (pole and line) gevangen tonijn.
  5. Gekweekte pangasius,
    dorade, zeebaars en
    tropische gamba’s
    zonder
    keurmerk kunnen discutabel zijn
    vanwege watervervuiling door
    voedselresten, uitwerpselen en
    antibioticagebruik

Zuurstofloze wateren

En hoe zit het met de horrorverhalen over vieze kweekbassins in Azië en antibiotica in visvoer? Als je op een keurmerk moet afgaan (er zijn er in Nederland wel zestien voor vis), zoek dan naar het logo ASC. Het Wereldnatuurfonds maakt zich zorgen over verlies aan biodiversiteit rondom kweekvijvers, doordat bijvoorbeeld te veel voedingsstoffen via kweekvissenpoep in het water rondom komen, wat dan weer algengroei en zuurstofloos water oplevert.

Daarom begonnen zij het ASC-keurmerk. Daarmee hebben ze als onafhankelijke internationale non-profitorganisatie maatstaven voor de gezondheid van het visbestand, de vangstmethode, de gevolgen voor het ecosysteem. Ook komt vis met het ASCkeurmerk uit kwekerijen die watervervuiling beperken door minder en duurzaam visvoer te gebruiken en wordt er gelet op de arbeidsomstandigheden.

Verreth vindt de maatstaven van ASC goed, maar benadrukt dat het nog een ‘betrekkelijk jong initiatief’ is. Veel kwekers vragen zich af of het hen iets oplevert. “Zo menen sommige Noren dat hun zalm al duurzaam is omdat de voedsel- en milieustandaarden van hun eigen land streng zijn.” Het verkrijgen van het ASC-keurmerk is voor kwekers een lang en bovendien kostbaar proces, dat kan oplopen tot in de tienduizenden euro’s. In 2015 gaf ASC 222 certificaten af aan kwekers. Inmiddels zijn dat er 318. “Zalm en garnalen gaan aan kop”, vertelt Esther Luiten van ASC, waaronder van acht grote Noorse zalmkwekers. “Zeebaars en zeebrasem certificeren we nog niet.”

Dit artikel verscheen 29 september in OneWorld Magazine

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Artikelen zoeken op thema